Wat is palliatieve sedatie?

 

 

Bij palliatieve sedatie geeft een arts u medicijnen waardoor u gaat slapen. Dit is een mogelijkheid voor als u aan het einde van uw leven veel pijn heeft, of bijvoorbeeld erg benauwd bent. Het lukt niet om deze klachten op een andere manier te verminderen. Door de palliatieve sedatie slaapt u en heeft u geen last meer van de pijn of benauwdheid.

 

Er zijn verschillende vormen van palliatieve sedatie:

 

  • oppervlakkig: u bent een beetje suf, maar maakt nog wel mee wat er om u heen gebeurt
  • diep: dit lijkt op slapen
  • tijdelijk: u bent een gedeelte van de dag suf of slaapt
  • continu: u blijft in een diepe slaap

 

Een arts zal u pas in een diepe slaap brengen als hij verwacht dat u binnen twee weken komt te overlijden. Waarschijnlijk eet en drinkt u dan al niet meer. Krijgt u sondevoeding voordat de palliatieve sedatie begint? Dan stopt de arts hiermee.

 

U sterft bij palliatieve sedatie niet door de sedatie. U overlijdt door de ziekte die u heeft. Het is een natuurlijk overlijden, waarbij u geen last meer heeft van de pijn, benauwdheid of andere ernstige klachten.

 

 

 

Wie beslist over palliatieve sedatie?

De arts beslist om te starten met palliatieve sedatie. Hij zal dit eerst met u bespreken als dat kan. Als dat niet mogelijk is, dan overlegt hij met uw partner of een van uw naasten.

 

 

Welke klachten kunnen er zijn in de laatste levensfase?

In de laatste levensfase krijgen veel mensen last van lichamelijke en psychische klachten. Welke dat zijn verschilt per ziekte en per persoon.

 

Voorbeelden van klachten die veel voorkomen zijn:

 

  • pijn, zware vermoeidheid, benauwdheid, reutelende ademhaling
  • verwardheid. angst, onmacht, somberheid, boosheid en verdriet
  • de hik, jeuk, vocht in de buik, misselijkheid, braken, diarree of verstopping

 

 

Wanneer bespreek ik palliatieve sedatie met de arts?

Bespreek goed met uw dierbaren en daarna met uw arts wat uw wensen en verwachtingen zijn in de laatste levensfase. Wacht niet tot het laatste moment om dit te bespreken. Het is verstandig om hier tijd en rust voor te nemen. U kunt er daarna nog over nadenken en er eventueel op terugkomen. Ook de omgeving heeft vaak nog vragen en heeft tijd nodig om de informatie te verwerken.

 

Probeer goed uit te leggen hoe u zich lichamelijk en geestelijk voelt en vraag zonodig of er verlichting mogelijk is. Laat u goed uitleggen wat de mogelijkheden zijn om uw klachten te verminderen. De huisarts, specialist ouderengeneeskunde of specialist zal u informeren en uitleggen wat haalbaar en mogelijk is.

 

 

Wat mantelzorgers kunnen doen tijdens palliatieve sedatie

Voor mensen om u heen is palliatieve sedatie misschien erg moeilijk. Doordat u slaapt en u niet meer met ze kunt praten, beginnen ze soms al afscheid te nemen. Toch kunnen ze nog contact maken om het voor hen draaglijker te maken. Dit kan door:

 

  • bij/met u te praten of muziek te gaan draaien
  • uw hand vast te houden
  • uw handen of voeten zacht te gaan masseren
  • er 'te zijn'

 

 

Meer informatie over zorg en ondersteuning in de laatste levensfase

Hier vindt u meer informatie over zorg en ondersteuning in de laatste fase van het leven:

 

  • Alsjenietmeerbeterwordt.nl  Acht mensen hebben te horen gekregen dat ze niet meer beter zullen worden. Ze vertellen welke praktische dingen allemaal geregeld moesten worden en welke keuzes zij maakten om ervoor te zorgen dat zij zo rustig en plezierig mogelijk hun laatste dagen konden beleven.
     
  • Doodgewoonbespreekbaar.nl  Hier vindt u tips, informatie en ervaringen van anderen over praten over de dood.
     
  • Korrelatie. Hier kunt u terecht met vragen over zorg en welzijn.
     
  • Netwerken Palliatieve Zorg. Via deze website vindt u zorg voor in de laatste levensfase.
     
  • Levenseindekliniek. De levenseindekliniek is voor mensen met een stervenswens van wie de arts geen euthanasie kan of wil geven.
     
  • NVVE. De NVVE geeft voorlichting en informatie over euthanasie en hulp bij zelfdoding. ook vindt u er standaard wilsverklaringen.

 

 

 

Deze tekst is onder andere gebaseerd op de brochure Spreek op tijd over uw levenseinde van de KNMG en voor het laatst herzien op 23 april 2013.