Wettelijke regels Erfrecht (1-1-2003)

 

 

De wet waarin het erfrecht wordt geregeld heeft het goed voor met de langstlevende echtgenoot. Moest voorheen de echtgenoot via een testament worden beschermd tegen de aanspraken van uw eventuele kinderen, tegenwoordig is dat in de wet verankerd met de wettelijke verdeling. Uw kinderen moeten vrijwel altijd wachten op hun deel van de erfenis totdat ook uw echtgenoot is overleden. Hun erfdeel wordt een vordering op uw echtgenoot. Die vordering kunnen zij niet opeisen zolang uw echtgenoot leeft, behalve wanneer deze failliet zou gaan of in de schuldsanering terecht komt. Voorwaarde voor deze regeling is uiteraard dat u getrouwd was op het moment van overlijden en ten minste één kind achterlaat. Uw echtgenoot wordt eigenaar van al uw bezittingen en moet al uw schulden betalen. Uw kinderen hoeven niet voor deze schulden op te draaien. Het grote voordeel voor uw echtgenoot is dat hij of zij vrij kan beschikken over het hele vermogen en ongestoord verder kan leven. Met andere woorden, hij of zij blijft goed verzorgd achter.
 
Let op: Kinderen kunnen niets opeisen, maar de belasting over de erfenis moet wel binnen een jaar worden afgerekend.
 
Over de vordering die de kinderen op uw echtgenoot hebben, wordt rente berekend, maar alleen voor zover de markt rente boven de 6% is. De rente wordt jaarlijks aan de vordering toegevoegd. Mocht er - bij normaal ongestoord verder leven van uw echtgenoot - bij diens overlijden minder vermogen zijn dan de gezamenlijke vordering van uw kinderen, dan erven uw kinderen uiteindelijk minder dan wat zij op grond van hun vordering verwacht hadden. Zij kunnen uw echtgenoot tijdens diens leven niet dwingen om dat deel van het vermogen beschikbaar te houden.
 
Hoewel de kinderen nog niet over hun erfenis kunnen beschikken, moet er al wel erfbelasting over de erfenis worden betaald. Dit bedrag moet door uw echtgenoot worden voorgeschoten. Dit kan lastig zijn als uw vermogen grotendeels in uw woning zit. In een testament kunt u aanpassingen op de wettelijke verdeling maken waarmee u voorkomt dat uw echtgenoot erfbelasting moet voorschieten.

 
 
Afwijken van de wet
U kunt met een testament ook anders afwijken van deze wettelijke verdeling. Bijvoorbeeld door het rentepercentage van de vordering te verhogen of de vordering opeisbaar te maken in het geval uw echtgenoot hertrouwt. Een kind onterven of juist – als u beiden kinderen uit eerdere relaties heeft – eigen kinderen en stiefkinderen gelijk behandelen. Als uw echtgenoot de wettelijke verdeling niet wil, dan kan ook hij of zij die opzij zetten. Dat moet binnen drie maanden na uw overlijden worden vastgelegd in een notariële akte.
 
Wie zijn mijn erfgenamen?
Zonder testament bepaalt de wet wie uw erfgenamen zijn. Daar zijn standaardregels voor. Met een testament kunt u daar van afwijken. Uw nalatenschap (de erfenis) wordt bepaald door uw vermogen, dat zijn uw bezittingen en schulden. Het vermogen dat u
nalaat,  gaat over op uw erfgenamen. Wilt u invloed op wie welke delen van uw vermogen krijgt, maak dan gebruik van de mogelijkheid om een testament op te maken. De wet bevat de standaardregels. Uw erfgenamen worden in drie groepen verdeeld,
die ook in volgorde van rangorde aan de beurt komen. In dit wettelijk erfrecht komen alleen bloedverwanten in aanmerking voor uw erfenis. Voor uw partner (echtgenoot, geregistreerd partner of partner die aan bepaalde wettelijke eisen voldoet) is een uitzondering gemaakt op deze regel.

 
  1. Groep 1: Uw echtgenoot of geregistreerd partner en uw kinderen. Zij erven elk een even groot deel.
     
  2. Groep 1A: Uw kleinkinderen
     
  3. Groep 2: Alle overige verkrijgers (ouders, broers, zussen, grootouders en overgrootouders)
     
Als er uiteindelijk ook geen bloedverwanten in groep 3 blijken te zijn, dan is de Staat der Nederlanden de gelukkige. Dat kunt u voorkomen met een testament.
 
De wet regelt niet alles
Het wettelijk erfrecht bevat standaardbepalingen over hoe uw erfenis verdeeld wordt. Uitgangspunt is dat uw partner goed beschermd wordt tegen de aanspraken van uw eventuele kinderen. Er zijn echter veel redenen om – bij testament – van de wettelijke regeling af te wijken of aanvullingen te maken. De wet kent namelijk zogenaamde wilsrechten. Deze kunt u (deels) uitsluiten. De notaris zet de wilsrechten en mogelijkheden om aanvullingen te maken voor u op een rij.

 
Samenwonen (niet getrouwd of geregistreerd)
Samenwoners zijn niet automatisch erfgenaam van elkaar. U kunt dat wel zelf regelen, met een samenlevingscontract en een testament. Wilt u dat na het overlijden van een van u alle goederen naar de langstlevende gaan? Maak dan een testament. Hebt u
kinderen, dan kunnen die een beroep doen op hun legitieme portie, hun wettelijk erfdeel. Om te voorkomen dat de langstlevende partner gelijk na overlijden met de kinderen moet afrekenen, hebt u een samenlevingscontract nodig. Dan wordt u net zo behandeld
als de langstlevende echtgenoot in een huwelijk. De notaris stemt de samenlevingsovereenkomst en testament nauw op elkaar af. Resultaat: de langstlevende partner krijgt alles en de kinderen krijgen een vordering die zij pas kunnen opeisen na overlijden van de langstlevende partner.

 
 
Voogdij
Wat moet er gebeuren met uw minderjarige kinderen als u er niet meer bent? Wilt u daar maximaal invloed op hebben, dan kunt u in uw testament een voogdijregeling opnemen. Daarmee is de rol van de rechter uitgespeeld, u hebt zelf bepaald waar uw kinderen naar toe gaan.
 
 
Hertrouwen
Wie na het overlijden van zijn of haar partner hertrouwt, kan geconfronteerd worden met vervelende gevolgen voor de kinderen uit het eerdere huwelijk. Als u namelijk daarna overlijdt, gaan alle bezittingen van u en uw overleden echtgenoot naar uw tweede echtgenoot. Dan staan de kinderen uit uw eerste huwelijk uiteindelijk met lege handen. Zij zijn immers geen erfgenaam van uw tweede partner. Om dat tegen te gaan hebben de kinderen op grond van de wet bij uw hertrouwen het recht om hun vordering op u op te eisen en zo hun deel van de erfenis in handen te krijgen. U bent verplicht daaraan mee te werken maar kunt wel gebruik maken
van uw recht op vruchtgebruik gedurende de rest van uw leven. Dat recht vervalt met uw overlijden, dan gaan de bezittingen alsnog naar de kinderen.

 
U kunt er voor kiezen om dit wilsrecht uit te sluiten. Uw partner kan dan bij hertrouwen zelf over het vermogen beschikken zonder bij de kinderen toestemming te hoeven vragen.

 
Stiefkinderen
Een op de drie huwelijken strandt, echtscheiding is het gevolg. In veel gevallen zijn er ook kinderen uit de relatie geboren. Dat komt ook voor bij samenwoners die uit elkaar gaan. Bij hertrouwen komt het dus ook steeds vaker voor dat ouders met gezamenlijke kin­deren én kinderen uit eerdere relatie(s) een gezin vormen. Er is een toenemende behoefte bij ouders om deze stiefkinderen voor het erfrecht gelijk te behandelen, alsof het eigen kinderen betreft. Die gelijkschakeling kunt u in een testament regelen.

 
Uitsluitingclausule
Als uw kinderen in gemeenschap van goederen zijn getrouwd valt uw erfenis in deze gemeenschap. U kunt voorkomen dat bij een eventuele echtscheiding van uw kinderen hun partners recht hebben op de helft van uw erfenis. Daarvoor is een uitsluitingsclausule in uw testament nodig. Deze clausule houdt in dat hun erfdeel niet in hun huwelijksgoederengemeenschap zal vallen. Daarmee heeft 'de koude kant', de aan­getrouwde familie,  bij echtscheiding geen recht op de helft van uw erfenis.

 
Bewind
Vindt u dat uw erfgenamen (nog) niet de volledige verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun deel van de erfenis? Bijvoorbeeld omdat de erfenis te complex is of de erfgenaam te jong? Of dat de erfgenaam zich maatschappelijk aan de zelfkant beweegt? Of omdat een deel van de erfenis uit een bedrijf bestaat? Dan kunt u dit ondervangen door de erfenis of een deel daarvan onder bewind te stellen. U moet de reden voor onderbewindstelling uitdrukkelijk in uw testament opnemen. Een bewindvoerder zal dan gedurende de door u bepaalde periode het financiële beheer over de erfenis voeren. Dat kan zijn totdat de erfgenamen een bepaalde leeftijd hebben of gedurende een door u bepaald aantal jaren na uw overlijden. De betreffende erfgenaam kan vijf jaar na uw overlijden bij de rechter om opheffing van het bewind vragen.

 
Legaat
Een erfgenaam ontvangt (een deel van) uw erfenis. U kunt ook gebruik maken van de mogelijkheid om in uw testament bepaalde goederen of geldbedragen aan iemand anders toe te kennen. Dat heet een legaat. Een legaat dat er uiteindelijk niet meer blijkt te zijn, hoeft geen waarde te hebben. Dat hangt af van de omschrijving in het testament. U hoeft het goed tijdens uw leven ook niet te bewaren, als u dat niet wilt.

 
Codicil
Sommige legaten hoeft u niet per se in uw testament te regelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor inboedelgoederen, zoals sieraden, kleren, meubilair. Voor sommige schilderijen en kunstvoorwerpen heeft u wel een testamentair legaat nodig. Een codicil is niet vormvrij, het moet een zelfgeschreven, gedateer­de en ondertekende verklaring zijn. Er mag geen typeletter in staan! U moet in die verklaring nauwkeurig de betreffende goederen omschrijven. U kunt een codicil ook gebruiken om uw nabestaanden te informeren
over uw wensen voor uw begrafenis of crematie.


 
Executeur
Gaat u er van uit dat uw erfgenamen uw nalatenschap samen en in onderling overleg zullen afwikkelen? Of neemt u het zekere voor het onzekere en helpt u hun een handje met het voorkomen van ruzie? Belast dan één persoon met de praktische werkzaamheden die een overlijden met zich meebrengen. Dat kunt u doen met de benoeming van een executeur in uw testament. Een executeur handelt de verdeling van uw erfenis af. Hij beheert de volledige nalatenschap en heeft zeggenschap over alle bezittingen.

Namens de erfgenamen moet hij eventuele schulden voldoen. U kunt hem ook speciale activiteiten opdragen, zaken die u graag geregeld of uitgevoerd hebt als u er niet meer bent. De executeur maakt een beschrijving van de boedel - dat zijn alle bezittingen en
schulden die u nalaat - en hij moet de legaten afgeven en uitkeren. Hij is verantwoording schuldig aan uw erfgenamen en moet aan hen rekening en verantwoording afleggen. 

De executeur is verplicht de aangifte te doen voor de erfbelasting. De executeur en zelfs zijn erfgenamen zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de erfbelasting. Zijn loon wordt in de wet geregeld: één procent van het totale vermogen op de dag van overlijden. U kunt ook een andere beloning in uw testament regelen, in percentage of een legaat van een geldbedrag. In toenemende mate worden notarissen vanwege hun onpartijdige en onafhankelijke positie en vanwege de aansprakelijkheid voor de aangifte erfbelasting tot executeur benoemd.


 
Onterving kinderen
U kunt in uw testament een kind onterven. Die wordt dan geen erfgenaam. U hoeft het betreffende kind niet op de hoogte te stellen van het feit dat deze is onterfd. Als het betreffende kind berust in de onterving, ontvangt het kind niets. Doet het dat niet, dan heeft het vijf jaar de tijd om met een enkele, bij voorkeur schriftelijke, verklaring zijn legitieme portie op te eisen. Dat deel valt overigens ook in de vorderingen op de langstlevende, ook het onterfde kind krijgt zijn deel pas na overlijden van de langstlevende partner.

 
Onterving echtgenoot
U kunt ook uw echtgenoot onterven. Die heeft geen recht op een legitieme portie, maar wel op een passende verzorging. Uw echtgenoot kan in dat geval bijvoorbeeld het vruchtgebruik van het huis en de inboedel opeisen. In bepaalde gevallen kan uw echtgenoot ook vruchtgebruik van andere zaken opeisen, bijvoorbeeld van uw effectenportefeuille. Dat kan als de financiële omstandigheden van uw echtgenoot dat vereisen. Hij of zij mag het zelfs allemaal opmaken, maar heeft daarvoor wel vooraf toestemming van de rechter nodig.
 
Testament nuttig voor iedereen
De wet regelt een aantal zaken over de verdeling van uw latere erfenis. Maar lang niet alles. Als u echt zekerheid wilt dat alles verloopt zoals u dat zou willen, heeft u een testament nodig. In een testament legt u vast wat u wilt en hoe u dat wilt. De wet laat veel over aan uw erfgenamen, met een testament bepaalt u zelf alles en moeten uw erfgenamen zich daaraan houden.

Iedereen vanaf 16 jaar mag een testament maken. U kunt dat niet zomaar doen, de overheid heeft de notaris de taak gegeven om er voor te zorgen dat dit op een zodanige manier gebeurt dat het juridisch allemaal klopt. Daarmee wordt gegarandeerd dat in de praktijk zal gebeuren wat u hebt bedoeld. De notaris weet precies wat juridisch wel en niet kan. Ook al kunt u veel regelen in uw testament, er zijn altijd weer wettelijke voorschriften aan verbonden. Voorschriften waar de notaris helemaal in thuis is. Zij hebben kennis van zaken over de vele mogelijkheden en voordelen die een testament daarnaast biedt. Uiteindelijk legt de notaris uw wensen vast in een notariële akte, uw testament.

Voordat het zover is, hebben zij u geïnformeerd en voorgelicht over de zaken waarop u in uw situatie speciaal moet letten. Alle voor u relevante haken en ogen komen aan bod. Vervolgens ondertekenen u en de notaris de akte, die met die handeling ook rechtskracht krijgt. Zij registreren de akte in het Centraal Testamenten Register. Daarin komt alleen te staan dat u op een bepaalde datum bij de notaris het testament hebt opgemaakt, dus niet de inhoud van uw testament. De notaris bewaart de akte zelf in een kluis. U krijgt een afschrift mee. 
U kunt uw testament altijd wijzigen. Dat gaat niet met simpele doorhaling van wat u niet meer wilt en aanvulling met wat u wel wilt. Het wijzigen van uw testament kan alleen door het maken van een nieuw testament. Wijzigen is op ieder moment mogelijk en gebeurt bij de notaris.

 
Samenwoners
Woont u samen en bent u niet getrouwd of als partners geregistreerd? Als u wilt dat uw partner toch uw erfgenaam wordt, dan moet u daarvoor een testament maken. Zonder testament zijn uw familieleden, uw “bloedverwanten” uw erfgenaam. Uw partner krijgt dan niets. Mocht één van u onverhoopt overlijden en wilt u dat uw achterblijvende partner in het huis kan blijven wonen, dan kan een zogenaamd verblijvings­beding uitkomst bieden. Dit beding kunt u opnemen in uw samenlevingscontract of in de akte van eigendoms-
overdracht van de betreffende woning. Zo'n verblijvingsbeding garandeert dat uw partner de voorheen gemeenschap­pelijke goederen helemaal in eigendom krijgt. U hebt daarvoor geen apart testament nodig. Dat heeft u wel nodig als u niet samen een huis heeft gekocht.

 
Zonder testament krijgt u erfrechtelijke problemen. Als uw partner in zo'n situatie overlijdt, dan valt de gedeeltelijke eigendom van het huis van uw partner toe aan diens nalatenschap, dus aan zijn of haar erfgenamen. En dat bent u niet automatisch! Regel het, het scheelt u uiteindelijk veel onrust en veel geld. Wilt u absolute zekerheid voor uw partner, maak dan elk een testament. U kunt daarin de partner waarmee u samenwoont tot uw erfgenaam benoemen en bepalen dat de vorderingen van overige erfgenamen op hem of haar pas opeisbaar zijn na diens overlijden. Voorwaarde is wel dat u een gemeenschappelijke huishouding voert en een notariële samenlevingsovereenkomst hebt.

 
Geen kinderen
Heeft u geen kinderen? Zonder testament erft uw echtgenoot na uw overlijden uw erfenis. Maar als die vervolgens ook overlijdt, gaat uw erfenis uiteindelijk naar de bloedverwanten van uw echtgenoot. Naar ouders, broers, zussen en hun kinderen. Zo is het in het wettelijk erfrecht bepaald. U kunt daarvan afwijken als u dat wilt met een testament. U kunt in uw testament bijvoorbeeld regelen welke familieleden wel en welke niet in aanmerking komen voor (een deel van) uw erfenis. Of een of meer goede doelen in uw testament opnemen. Er zijn verschillende mogelijkheden om bij uw overlijden iets na te laten aan een goed doel. Bijvoorbeeld met een legaat in uw testament, of zelfs het benoemen van een of meerdere goede doelen tot erfgenaam. Uw nalatenschap wordt dan onder het goede doel en de andere erfgenamen verdeeld in de percentages zoals u dat heeft aangegeven in uw testament. U kunt ook zelf een stichting oprichten. Dat kan zowel tijdens uw leven als bij testament. Doet u het bij testament, dan vindt de oprichting na uw overlijden plaats. Uw erfenis gaat dan belastingvrij naar de stichting (het goede doel) dat u in uw testament hebt bedoeld. Om dit goed te laten verlopen, moet u in uw testament de statuten van het goede doel vastleggen en de eerste bestuursleden benoemen.
 
Erfenis afwikkelen is ingewikkelde bezigheid
In de verdrietige situatie die een overlijden met zich mee brengt, moeten tal van zaken geregeld worden. Daar weet niet iedereen altijd even goed raad mee. Organisatorische zaken, regels, verplichtingen en administratieve zaken vragen aandacht.

Hoe te handelen? De afwikkeling van een nalatenschap omvat drie stappen: de verklaring van erfrecht, de aangifte erfbelasting en de verdeling van de nalatenschap. Het afwikkelen van nalatenschappen is een van de taken die de notaris als onpartijdige en onafhankelijke instantie worden toevertrouwd. In een aantal specifieke situaties is tussenkomst zelfs verplicht. Dat geldt onder meer bij minderjarigheid van een of meer erfgenamen, als het vermogen van een erfgenaam onder bewind staat of de erfgenaam onder curatele staat, als er panden of grond in de nalatenschap zitten en als het huis of de aandelen in de BV van de overledene naar één van de erfgenamen moet gaan.


 
Verklaring van erfrecht
Een verklaring van erfrecht kan worden afgegeven na controle op de aanwezigheid van een testament bij het Centraal Testamenten Register, controle van de persoonsgegevens van de overledene en de erfgenamen. Dit kan afhankelijk van de situatie enkele dagen tot enkele weken duren. Soms zelfs langer als erfgenamen in het buitenland moeten worden opgespoord. Met de verklaring van erf­recht kan de nala­tenschap worden afgewikkeld.

 
Aanvaarden of verwerpen
Als erfgenaam kunt u een nalatenschap zuiver aanvaarden, verwerpen of bene­ficiair aanvaarden. Zuiver aanvaarden betekent dat u ook eventuele schul­den aanvaardt. U hoeft daarvoor niet per se schriftelijk te aanvaarden. Als u zich als erfgenaam gedraagt, hebt u stilzwijgend zuiver aanvaard. Bij het opstellen van de verklaring van erfrecht vraagt de notaris of u de nalatenschap wilt accepteren. Het verwerpen van een nalatenschap vergt enkele forma­liteiten bij de rechtbank. Weet u niet zeker of de nalatenschap een positief saldo heeft, dan kunt u de nalatenschap beneficiair aanvaarden. U wordt dan niet aansprakelijk voor de schulden, u aanvaardt alleen iets uit de nalatenschap als er een positief saldo is. Ook hiervoor gelden enkele wettelijke formaliteiten bij de rechtbank.
 
Regie houden met levenstestament
Steeds meer mensen komen zelf of in hun omgeving in aanraking met situaties waarin mensen hun eigen zaken niet meer kunnen regelen. Of het nu door dementie komt, een hersenaandoening of om andere redenen. Hoe wilt u het geregeld hebben als het u zou overkomen? Voor wie zelf de regie in handen wil houden biedt het levenstestament daarvoor de mogelijkheid. Daarin treft u voorbereidingen.

Het levenstestament biedt een overzichtelijk geheel van uw wensen voor situaties waarin u niet meer voor u zelf zou kunnen zorgen. U kunt daarin alles opnemen wat u belangrijk vindt in die – nu nog onvoorziene – situaties. Het gaat er om dat u vooraf controleerbaar maakt wat in een dergelijke situatie niet meer controleerbaar is. Bijvoorbeeld als u gewend bent om jaarlijks schenkingen te doen aan uw (klein)kinderen.

Wat moet er gebeuren als u zelf niet meer in staat bent die beslissing jaarlijks zelf te nemen? Wanneer wilt u nog wel medische handelingen ondergaan en wanneer niet meer? Wie mag uw bankzaken behartigen? Wat moet er met waardevolle bezittingen gebeuren? Naar welk verpleeghuis wilt u en wie mag daarover beslissen? Wat moet er eventueel met uw onderneming gebeuren? En nog veel meer praktische zaken. In het levenstestament regelt u zaken die tijdens uw leven om beslissingen vragen. Voor wat moet gebeuren na uw overlijden is een “gewoon” testament noodzakelijk.
 
Kan uw kind zijn kindsdeel al opeisen als u nog in leven bent? Nee!  Maar wanneer dan wel? De notaris legt uit hoe het zit.
Hoe zit het eigenlijk met de opeisbaarheid van een kindsdeel? Sommige kinderen vragen zich zelfs af of hun kindsdeel al opeisbaar is nog voordat het überhaupt ontstaat, dus nog voordat de ouders overleden zijn. "Stel je eens voor zeg", denken ze dan, "dat mijn ouders hun eigen vermogen opmaken en niets voor mij overlaten..."
Ouders kunnen gerust zijn: kinderen kunnen niets opeisen zolang hun ouders nog in leven zijn. Dat is echt onmogelijk. Een kindsdeel ontstaat pas bij overlijden. Tenminste, áls er al sprake is van een kindsdeel.
 
Onterven
Er hoeft niet altijd sprake te zijn van een kindsdeel. Ouders kunnen hun kinderen namelijk vrij eenvoudig onterven (via een testament). In sommige gevallen is het noodzaak. In andere gevallen is er wellicht sprake van onterving juist omdat de kinderen zo aandringen op opeisbaarheid. Eigen schuld, dikke bult. Dat kon onder het oude erfrecht al en het kan onder het nieuwe (huidige) erfrecht nog veel beter.

 
Legitieme portie
Waarom hoor je dan toch zo vaak dat je je kinderen niet kunt onterven? Waarschijnlijk vanwege de zogenaamde legitieme aanspraak of legitieme portie van kinderen. Dat is een soort gegarandeerd minimum (namelijk: de helft van het gewone kindsdeel), dat de kinderen kunnen opeisen als ze daarop te kort komen. Let wel, ze kunnen dat opeisen. Ze hoeven het dus niet te doen.
Een van de aardige punten van het huidig erfrecht is dat de legitieme portie aanzienlijk is uitgekleed. Het bestaat nog wel, maar de kracht ervan is behoorlijk verminderd. Mede daarom kan onder het nieuwe erfrecht nog meer maatwerk geleverd worden en mede daarom moeten kinderen soms vrezen voor hun aanspraken.
 
Kindsdeel
Een kindsdeel is dus iets anders dan de legitieme portie. Over het algemeen is de hoogte van het kindsdeel afhankelijk van de hoeveelheid erfgenamen. Overlijdt één van de ouders met achterlating van drie kinderen en een echtgenoot, dan zijn er (tenzij het testament anders bepaalt) dus vier erfgenamen, ieder voor een kwart. Het erfdeel is dan een kwart van de nalatenschap.
Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen is de nalatenschap over het algemeen de helft van het totale gemeenschappelijk vermogen van beide ouders. Uiteindelijk is de waarde van het kindsdeel dan gelijk aan één-achtste deel van het gezamenlijk vermogen.
 
Opeisbaarheid van het kindsdeel
Gedurende het leven van beide ouders is er geen sprake is van een kindsdeel, laat staan van enige opeisbaarheid daarvan. Dat wordt doorgaans anders indien één van de ouders is overleden en de wettelijke verdeling of de zogenoemde ouderlijke boedelverdeling van toepassing is. Op grond daarvan zijn de kinderen en de langstlevende samen de erfgenamen.
Vervolgens wordt echter via genoemde verdeling de langstlevende de enig eigenaar. De kindsdelen worden dan omgezet in een vordering in geld op de langstlevende. Deze vorderingen zijn over het algemeen slechts zeer beperkt opeisbaar.
 
Testament
Wanneer zijn de kindsdelen respectievelijk de vorderingen dan wél opeisbaar? Meestal wordt die vraag gesteld aan de hand van een concreet geval. Bijvoorbeeld: "Mijn moeder is overleden en mijn vader gaat samenwonen met een nieuwe vriendin. Kan ik mijn kindsdeel opeisen?" Of: "Mijn moeder gaat het huis verkopen. Kan ik mijn kindsdeel opeisen?" Sommige kinderen lijken erg ongeduldig te zijn.
Ook bij deze vragen is het antwoord doorgaans vrij kort: "Kijk maar in het testament!" In het testament staan de gevallen omschreven waarin de vorderingen van de kinderen opeisbaar zijn.
Over het algemeen zijn de vorderingen opeisbaar in de volgende gevallen:

- Bij overlijden van de langstlevende;
- Als het financieel niet helemaal goed gaat;
- Als er een nieuwe partner is en er gemeenschap van goederen dreigt;
- Als er sprake is van gedwongen intering op het vermogen.
 
De gevallen van opeisbaarheid binnen het systeem van de wettelijke verdeling zijn nog beperkter. De kans van daadwerkelijke opeisbaarheid is over het algemeen dus behoorlijk klein. Kinderen moeten gewoon even wachten, en op is op.
 
 
 
* Bron: ouders.nl